Ga naar inhoud

Begrippen

Een korte woordenlijst van termen die in deze documentatie terugkomen. Kom je een term tegen die hier niet staat? Meld het via GitHub Issues.

Kernbegrippen

Term In gewone taal
Peilweek De kalenderweek (1–52) waarop je de aanmeldstand "bevriest" en waarvandaan je vooruit voorspelt. Vlag -w.
Collegejaar Het jaar waarvoor je de instroom voorspelt. Vlag -y.
Instroom / inschrijvingen Het uiteindelijke aantal studenten dat zich daadwerkelijk inschrijft — dat is wat de tool voorspelt.
(Voor)aanmelding Een aanmelding via Studielink die (nog) geen inschrijving is. Niet elke aanmelder schrijft zich in.
Conversie / yield Het aandeel aanmelders dat uiteindelijk inschrijft.

De twee sporen

De tool kan langs twee routes voorspellen, afhankelijk van je data:

Term In gewone taal
Cumulatief spoor (-d c) Werkt met de opgetelde aanmeldaantallen per opleiding en week (Studielink-telbestanden). Trekt de aanmeldcurve door naar het einde van het seizoen.
Individueel spoor (-d i) Werkt met één regel per aanmelder (Osiris/Usis). Schat per persoon de kans op inschrijving en telt die op.
Beide (-d b) Draait beide sporen en combineert ze tot één ensemble-voorspelling. Dit is de standaard.

Data

Term In gewone taal
ETL Extract, Transform, Load — de stap die je ruwe bronbestanden inleest, opschoont en omzet naar het formaat dat het model verwacht. De tool doet dit automatisch; sla het over met --noetl als je data al verwerkt is.
Telbestand Het Studielink-bestand met opgetelde aanmeldaantallen per opleiding, herkomst en week.
Gewogen vooraanmelders Aanmeldingen gecorrigeerd voor studenten die zich voor meerdere opleidingen aanmelden (een aanmelding telt dan voor een deel mee).
Ongewogen vooraanmelders Het "kale" aantal aanmeldingen, zonder die correctie.
Brincode / instellingscode De landelijke code van een onderwijsinstelling (bijv. 21PC). De teldata bevat álle instellingen; met --institution beperk je de run tot de jouwe.
Kanonieke naam De vaste, interne kolomnaam die de tool verwacht. Heten je eigen kolommen anders, dan vertaal je ze via het columns-blok in de configuratie.
Herkomst Onderscheid tussen bijv. Nederlandse en niet-Nederlandse studenten, gebruikt als voorspeldimensie.

Modellen

Term In gewone taal
SARIMA Een tijdreeksmodel dat een curve doortrekt op basis van het patroon in eerdere jaren, inclusief het seizoenspatroon. Zie SARIMA.
XGBoost Een machine-learning-model dat verbanden leert tussen kenmerken (features) en de uitkomst. Wordt zowel per student (kans op inschrijving) als op de curve gebruikt. Zie XGBoost.
Ratio-model Een eenvoudig model dat de historische verhouding aanmelding → inschrijving toepast op de huidige aanmeldingen. Zie Ratio-model.
Ensemble De gewogen combinatie van de losse modellen tot één eindvoorspelling. Zie Ensemble.
Baseline Een bewust simpele referentievoorspelling (gelijk aan het ratio-model) om de complexere modellen tegen af te zetten.
Numerus fixus Opleiding met een vast maximum aantal plaatsen; de voorspelling wordt afgekapt op dat maximum.

Evaluatie

Term In gewone taal
MAE Mean Absolute Error — het gemiddelde aantal studenten waarmee een voorspelling ernaast zat. MAE 8 = gemiddeld 8 studenten afwijking.
MAPE Mean Absolute Percentage Error — dezelfde afwijking als percentage. MAPE 0,12 = gemiddeld 12% ernaast.
WAPE Procentuele fout over de hele instelling; grote opleidingen wegen zwaarder, waardoor kleine opleidingen de uitkomst niet domineren.
Bias Of een model structureel te hoog (positief) of te laag (negatief) voorspelt.
Backtest Een voorspelling maken voor een reeds afgerond jaar en die vergelijken met wat er echt gebeurde — de eerlijke manier om een model te beoordelen.
Data leakage Wanneer een model per ongeluk informatie gebruikt die op het voorspelmoment nog niet bekend kon zijn. Dat maakt resultaten te mooi; de tool voorkomt dit bewust.